Gastric Bypass
(standaard of Y-gastric bypass)
download de PDF

index

De gastric bypass of maagbypass of maagkortsluiting is één van de heelkundige technieken voor de behandeling van ziekelijke zwaarlijvigheid.

Naast de zuiver restrictieve technieken, zoals de maagband, en de hoofdzakelijk malabsorptieve technieken, zoals de biliopancreatische derivatie van Scopinaro, betreft het hier een gecombineerde techniek.

Zoals bij de zuiver restrictieve ingrepen als de aanpasbare maagband gaat het ook bij deze ingreep hoofdzakelijk om een beperking van de voedselinname met slechts een beperkte verminderde vertering.

De resultaten op lange afstand zijn echter duidelijk beter dan bij de zuivere restrictieve ingrepen. Aan de basis hiervan liggen de verminderde voedselinname, een verminderd honger gevoel en het bestaan van “dumping”(onwel gevoel) bij inname van suikers.

De Techniek
fc53484e-cf12-45b1-8438-084db33f55db_LARGE

Deze ingreep gebeurt in praktisch alle gevallen via een laparoscopische ingreep of een kijkoperatie. Via kleine insneden van 0,5 tot 1 cm worden 5 tot 7 trocarts (werkkanalen) ingebracht.

Een klein maagzakje van ongeveer 15 ml wordt afgescheiden van de maag en met nietjes gesloten. Er wordt bij deze techniek geen stuk van de maag of van de dunne darm weggenomen!

De dunne darm wordt dan doorgesneden op 50 cm van het begin van de dunne darm. Het onderste deel van de dunne darm wordt dan met het kleine maagzakje verbonden. Dit kan gebeuren met nietjes of gehecht met draad. Het bovenste deel van de dunne darm wordt dan terug verbonden met het andere deel op 100 cm van de maag. De chirurg kan beslissen om de lengte van de darmsegmenten aan te passen.

Door deze montage wordt de maag en de twaalfvingerige darm overbrugd (gebypassed) zodat hier geen voedsel meer passeert. Het voedsel wordt pas opnieuw gemengd met maag-, gal- en pancreassappen waar de 2 dunne darmlissen terug bij mekaar komen.

De “banded” gastric bypass

minimizer 1

Zoals bij andere vermageringsoperaties zien we ook bij deze operatie een gewichtstoename bij een aantal patiënten. Naast patiëntgebonden oorzaken (snoepen, te frequente maaltijden, e.a.) ligt een uitzetting van het maagzakje en vooral van de dunne darm, die op het maagzakje staat, aan de basis van deze gewichtstoename. Door het plaatsen van een ring (Minimizer ring) op het maagzakje hopen we een vroegtijdige uitzetting te voorkomen. Dit ringetje heeft niets te maken met de gekende aanpasbare maagband. Het is een fijne ring die op het maagzakje geplaatst wordt, 2 cm boven de dunne darm.

minimizer 2 minimizer 3

In 2014 hebben we een ervaring met meer dan 1.000 patiënten met een “banded” bypass over meer dan 7 jaar. In deze groep dienden we nog niemand opnieuw te opereren omwille van gewichtstoename. In de groep zonder ring diende al tussen de 5 en de 10 % opnieuw geopereerd te worden wegens gewichtstoename. Verdere studies hierover zijn lopende, ook in andere centra.

ring-placement 3ring-placement 4

Werkingsmechanisme

De gastric bypass werkt hoofdzakelijk door een verminderde voedselinname (restrictie). Dit wordt op verschillende manieren bekomen.

Snel volheidgevoel: het kleine maagzakje veroorzaakt een snel volheidgevoel wat de voedselinname afremt.
Verminderd hongergevoel: het hongergevoel is sterk afgenomen. Dit wordt uitgelegd doordat het maagzakje is afgescheiden van de maag waardoor er een verminderde productie van hongerhormoon (grhelines) zou ontstaan.
Dumping syndroom: dit is een onbehaaglijk gevoel dat wordt uitgelokt doordat het voedsel van het kleine maagzakje rechtstreeks in de dunne darm terecht komt. Vooral suikers en te snel eten gaan dit gevoel uitlokken. Deze dumping weerhoudt vele patiënten er van om te gaan snoepen, wat een van de redenen van gewichtstoename is na de zuivere restrictieve ingrepen als de maagband en de gastroplastie. Dit dumping syndroom is verschillend van één patiënt tot een andere en lijkt ook af te nemen in de jaren na de ingreep.

Resultaten

Gewicht

Studies van grote reeksen patiënten hebben aangetoond dat één jaar na de ingreep gemiddeld 77 % van het overgewicht is verdwenen. Bij een patiënt met een overgewicht van 50 kg betekent dit bij voorbeeld een gewichtsverlies van 38 kg na 1 jaar.

Na 10 jaar bestaat er nog steeds een gemiddeld verlies van overgewicht van 60 %. Dit zou hoofdzakelijk te maken hebben met het voedingspatroon van de patiënten en kan zodoende individueel zeer verschillend zijn.

statistiek 2statistiek 1

Andere gunstige effectent

Meer dan 90 % van de co-morbiditeiten (aandoeningen ten gevolge van de zwaarlijvigheid) verdwijnen of verbeteren dank zij deze ingreep, zoals hoge bloeddruk, type II suikerziekte, rugpijn, slaapapnoe, depressie en andere.

Opgeloste of verbeterde co-morbiditeiten na de Gastric Bypass

0b587f75-5aae-42a6-b837-3b1e834d224c_LARGE

Mogelijke nevenwerkingen en complicaties

De meeste van deze verwikkelingen kunnen zich voordoen na eender welke chirurgische ingreep maar worden hier nog eens opgesomd.
Deze kunnen we onderverdelen in vroegtijdig en laattijdig.

1. Vroegtijdige complicaties
• In de buikholte

Een naadlekkage is de meest gevreesde complicatie na deze ingreep (1 tot 3 %).
Bij de andere complicaties vermelden we nog een mogelijke bloeding, een verwonding van een buikorgaan, een wondinfectie en een obstructie of passagehinder ter hoogte van het maagdarmstelsel.
Hoewel het risico klein is kan deze toch belangrijke gevolgen hebben: nieuwe operatie, infectie van de buikholte met abcesvorming, verlengde hospitalisatie en uitzonderlijk overlijden.

• Algemeen

Meest gevaarlijk is de trombose (bloedklonters) in de aders van de onderste ledematen. Deze klonters kunnen loskomen en een longembolie veroorzaken. In zeldzame gevallen kan deze de dood tot gevolg hebben. Hoewel er verschillende preventieve maatregels worden getroffen kan deze verwikkeling niet volledig worden uitgesloten.
Andere verwikkelingen zijn longinfectie, longoedeem, hartritmestoornissen en eventueel hartaanval, urineweginfecties, en andere.

• Overlijden na een ingreep bedraagt minder dan 0,5 %.

2. Laattijdige complicaties en nevenwerkingen
a. Dumping syndroom
Dumping is in de meeste gevallen enkel een onbehaaglijk gevoel dat wordt uitgelokt door het eten van te veel suikers en te snel eten. Deze dumping weerhoudt vele patiënten er dan ook van om te gaan snoepen. Dumping draagt in de meeste gevallen bij tot een beter gewichtsverlies met tevens het behoud van dit gewicht en wordt dan ook niet beschouwd wordt als een ernstig risico voor de gezondheid. In zeldzame gevallen kunnen de gevolgen echter uiterst onaangenaam zijn: misselijkheid, transpiratie, flauwvallen en diarree na het eten.

b. Obstructie
Ten gevolge van vergroeiingen in de buik die zich bij om het even welke ingreep in de buik kunnen voordoen kan de normale darm doorgang soms worden belemmerd. Soms is een ingreep nodig om deze vergroeiingen los te maken.

c. Galstenen
Na de operatie bestaat een verhoogde kans op het ontwikkelen van galstenen. We trachten dit te voorkomen door medicatie toe te dienen voor de periode van 1 jaar. Sommige patiënten verkiezen daarom om de galblaas tijdens de ingreep mee te laten verwijderen gezien na deze ingreep de galblaas geen nut meer heeft.

d.  IJzer, foliumzuur, vitaminen en mineralen tekorten
Deze tekorten kunnen zich voordoen, voornamelijk tijdens de periode dat je vermagert. Op regelmatige tijdstippen wordt een bloedonderzoek verricht om eventuele tekorten op te sporen. Vitamines worden best van in het begin genomen. Chronische bloedarmoede kan optreden door een tekort aan ijzer, vit B12 en foliumzuur. Afhankelijk van de resultaten van het bloedonderzoek kunnen ijzer, foliumzuur, vit B12, calcium, Vit D en andere worden voorgeschreven.

d. Haarverlies
Haarverlies treedt vaak op bij snel vermageren. Ongeveer de helft van alle patiënten ondervinden dit in meer of mindere mate het eerste jaar na de ingreep. Het haarverlies is echter tijdelijk en nooit volledig.

e. Vernauwing aan de uitgang van de maag
Zelden kan de nieuwe maaguitgang vernauwen en aanleiding geven tot overmatig braken. Oprekken van de vernauwing via gastroscopie kan dit in de meeste gevallen oplossen. Zelden is een nieuwe operatie noodzakelijk.

e. Littekenbreuk
Alhoewel dank zij de kijkoperatie de kans op een littekenbreuk zeer klein is blijft een kleine breuk op een steekgat toch mogelijk. Een breuk wordt heelkundig hersteld.

f. Maagzweer
Een zweertje in de buurt van de nieuwe maaguitgang kan zelden optreden. Dit kan meestal worden behandeld met medicatie die de zuurproductie in de maag afremt.

g. Gewichtstoename na de ingreep
Hiervoor kunnen een aantal redenen zijn:

• Uitzetten van de nieuwe maag (maagzakje)

Als de nieuwe maag stelselmatig wordt overvuld zal ze geleidelijk uitzetten en zal de hoeveelheid voedsel dat je kan eten tijdens een maaltijd toenemen.

• Uitzetting van de maaguitgang en van de dunne darm die op de maag zit

Dit kan tot gewichtstoename leiden doordat de maag sneller kan ledigen en het verzadigingsgevoel minder lang bestaat waardoor je dus meer gaat eten.
Dit is ook de reden waarom we een “banded” bypass aanraden (zie techniek)

• Ongecontroleerde inname van suikers

Dit kan ontstaan bij verdwijnen van het dumping gevoel.
De boodschap blijft ook hier de voedselinname zo goed mogelijk onder controle te houden. Dit zal bijdragen tot een beter resultaat en goed voelen lange tijd na de ingreep.

Voorbereiding voor de operatie

Intake gesprek

Tijdens het eerste gesprek krijgt u een uitgebreide uitleg over de meest uitgevoerde vermageringsoperaties met hun voor – en nadelen. Tevens wordt uitleg gegeven over de uit te voeren onderzoeken. Deze zijn noodzakelijk om uw gezondheidstoestand na te gaan en om in aanmerking te komen voor terugbetaling. De nodige papieren worden hiervoor meegegeven.

Onderzoeken vóór de ingreep

Uitgebreid bloedonderzoek

Radiografie van de longen

Onderzoek bij de maag-darm specialist:

  • Echografie om o.a. de leververvetting te beoordelen
  • Gastroscopie (onderzoek van de maag met een soepele buis via de mond). Dit onderzoek gebeurt meestal onder “sedatie” (oppervlakkige verdoving) en zelden onder algemene verdoving.

Consult bij de psycholoog

Consult bij de anesthesist

Consulten bij de cardioloog, longarts en endocrinoloog worden enkel gevraagd indien nodig.

De voeding vóór de operatie

Eiwitrijk en koolhydraat arm dieet

Door middel van een koolhydraat arm en eiwitrijk dieet, dient de patiënt over een tijdsspanne van 2 tot 3 weken voor operatie tussen de 5 en 10 kg af te vallen. Dit dieet is van groot belang vooral in geval van een grote lever door de vervetting. Hierdoor krimpt de lever waardoor de chirurg een veel beter zicht krijgt op het operatieveld. Ook het binnenvet gaat krimpen. Hierdoor worden de risico’s een heel stuk kleiner.

Dit dieet wordt uitgelegd bij het intake gesprek en door de firma tijdens telefonisch contact.

Praktische informatie in verband met de opname en verblijf in ons ziekenhuis

1. Opname

De opname is meestal voorzien de avond (16 uur) van de dag vóór de ingreep. De anesthesist komt u, indien mogelijk, nog eens bezoeken.

Een eerste onderhuidse inspuiting als voorzorg tegen trombose wordt toegediend.

Er wordt u gevraagd de avond vóór de ingreep nuchter te blijven vanaf middernacht.

2.Dag 0: dag van de ingreep

Een uur vóór de ingreep wordt u met het bed naar het operatiekwartier gebracht. Daar wordt u door de verpleegkundige van het operatiekwartier opgevangen en naar de operatiezaal gebracht. Na het prikken van een infuus in de arm wordt u dan door de anesthesist in slaap gebracht.

Deze ingreep duurt meestal een klein 1 uur. Hoewel er volgens afspraak gestart wordt met een kijkoperatie is het mogelijk dat deze aanpak onmogelijk blijkt. Uw arts zal dan in zeldzame gevallen beslissen tot een open procedure.

Na ontwaken uit de narcose wordt u naar de ontwaakafdeling gebracht waar u verder onder toezicht kunt wakker worden. Na het ontwaken, kunt u pijn voelen in de schouders als gevolg van het opblazen van de buik tijdens de ingreep. Tevens kan er een spanningsgevoel bestaan in de buikwand en pijn ter hoogte van sommige steekgaten. De pijn is meestal licht en verdwijnt spontaan na enkele dagen, maar sommige patiënten kunnen toch nood hebben aan pijnmedicatie. Wanneer u goed wakker bent wordt u naar de kamer gebracht. Dit is meestal 3 tot 4 uur na de ingreep.

3. Dag 1

Deze dag wordt er nog op de dienst radiologie een controle foto gemaakt na het drinken van een kleine hoeveelheid contrastmiddel. Dit onderzoek bevestigt dan de goede doorloop van het contrast door de maag. Vroegtijdige mobilisatie wordt aangeraden met verlaten van het bed en rondwandelen in de kamer.

Voorzichtige vloeistofinname wordt dan toegestaan. Afhankelijk van de wens de patiënt kan dezelfde dag nog gestart worden met vloeibare voeding (bvb. yoghurt)

4. Dag 2: terug naar huis

Indien verder alles goed verloopt met aanvaardbare pijn en voldoende mogelijkheid tot inname van vloeistof en voeding, mag u de dienst verlaten. Een diëtiste komt nog uitleg geven aangaande de evolutie van voedselinname voor de volgende weken. Een lijst wordt meegegeven.

Indien u zich nog onvoldoende fit voelt of één of ander probleem zou vertonen is het aan te raden 1 of meerdere dagen langer in het ziekenhuis te blijven tot alles onder controle is en u zonder risico’s de dienst kan verlaten.

Richtlijnen bij ontslag uit het ziekenhuis

1. Bij ontslagontvangt U volgende zaken:

  • een brief voor de huisarts met hierin tevens een verslag over de operatie en richtlijnen voor de verdere opvolging. In veel gevallen wordt deze brief elektronisch verstuurd.
  • een voorschrift met de volgende medicatie :
  • Motilium tabletten : in te nemen 15 min. vóór de maaltijd als hulp bij de vertering.
  • Omnivit bruis. : 1 dosis per dag (vitamine)
  • Pantomed 20: 1 capsule per dag.gedurende 3 maanden voor bescherming van de maag.
  • Clexane 80 . Dit wordt 1 maal per dag onderhuids ingespoten gedurende nog 10 tot 20 dagen en wordt best gedaan in samenspraak met de huisarts.
  • een labo-blad: enkele dagen vóór de eerste controleraadpleging dient een bloedonderzoek te worden uitgevoerd (best via de huisarts). De resultaten kunnen rechtstreeks aan ons worden opgestuurd of meegebracht. Het is het veiligst dat u deze uitslagen ophaalt bij de huisarts en meebrengt naar de consultatie.
  • een dieetblad : vóór het ontslag wordt hierover door de diëtiste uitleg verschaft. Het betreft een maag-sparend dieet: vloeibare voeding gedurende 2 weken, nadien gepureerd voor nogmaals 2 weken. Nadien mag voorzichtig worden opgebouwd. Kleine maaltijden met goed kauwen, blijven belangrijk. Vermijd tevens suikers!

2. Medicatie

Vitamines

Een multivitamine-multiminerale preparaat van minstens 100% dagdosis dient dagelijks en best levenslang ingenomen te worden. Bloedcontroles na de operatie moeten controleren of deze supplementen voldoende zijn. Dit gebeurt 2 maal het eerste jaar en daarna jaarlijks of op indicatie.

Suiker verlagende medicatie

Het gebruikelijke schema wordt meestal gehalveerd op het moment dat de patiënt met het voorbereidend dieet begint. Na operatie kan meestal ditzelfde schema aangehouden worden. Maar ook na ontslag blijft dit een belangrijk, door huisarts of behandelende specialist, op te volgen punt. Een afnemend lichaamsvolume, hormonale veranderingen en een gewijzigd aanbod en opname van voedsel, zorgen dat deze medicatie vaak nog verder afgebouwd moet worden. Hoe snel dit gebeurt, is bij iedere patiënt verschillend. Vandaar het belang van een regelmatige controle.

Bloeddruk verlagende medicatie

Ook deze medicatie moet na operatie vaak afgebouwd worden. Ook hier is regelmatige controle bij huisarts of behandelende specialist aangewezen

Ontstekingsremmers

Deze moeten levenslang vermeden worden. Ontstekingsremmers tasten de slijmvliezen van de maag aan en kunnen ulceraties of maagperforatie veroorzaken. Indien echt nodig, kan kortdurend (maximaal een week) en in combinatie met goede maagbescherming (PPI’s), een uitzondering op deze regel gemaakt worden.

Overige medicatie

Deze meeste overige medicatie kan in de gebruikelijke dosis verder ingenomen worden. Soms wordt in overleg met ons apotheek gezocht naar een alternatief voor grote tabletten, die tijdens de vloeibare fase (eerste 3 weken na operatie) best vermeden worden.

Roken

Roken dient best levenslang vermeden te worden. Roken verhoogt sterk het risico op maagzweren en zelfs maagperforatie.

3. Wondverzorging

  • Bij het ontslag wordt het verband nagekeken en vernieuwd indien noodzakelijk. Indien er geen problemen zijn mag dit verband ter plaatse gelaten worden en 2 weken na de ingreep verwijderd worden door de huisarts, uzelf of bij ons op de consultatie.
  • Indien het verband afgedekt is met een speciale doorschijnende folie mag U hiermee onder de douche, anders moet het verband droog gehouden worden.
  • Indien er problemen bestaan met de wonde, steeds uw huisarts of Dr. L. Lemmens verwittigen.
  • Sport (o.a. zwemmen) en zware inspanningen worden best gemeden gedurende de eerste 3 tot 6 weken. Het is echter aan te raden zo snel mogelijk in beweging te komen en lichte inspanningen te leveren voor zover uw conditie het toelaat. Nadien is sport zeer aan te raden om uw spiermassa te verstevigen.
  • Zonnebaden (en zonnebank) is toegelaten. Het operatielitteken wordt best gedurende 3 maanden afdekt om eventuele hyperpigmentatie te voorkomen.

4. Verdere controles na de ingreep

  • Er wordt U gevraagd een afspraak te maken met Dr. L. Lemmens voor de 2de of 3de week na het ontslag op één van de consultatieplaatsen van de dokter, welke voor U het beste lijkt.
  • Een bloedafname is verder noodzakelijk om de 6 maanden vooral in de 2 eerste jaren. Ook nadien is een regelmatige bloedcontrole noodzakelijk minstens 1 maal per jaar. Deze bloedafname kan best gebeuren via de huisarts zodat deze ook op de hoogte blijft van het verder verloop.
  • We vragen wel dat een dubbel naar ons wordt opgestuurd, zodat ook wij het verloop mee kunnen volgen. Het is tevens nuttig deze resultaten ook met ons te bespreken op de consultatie of, indien te moeilijk, via de telefoon. Op deze manier kunnen we dan ook het gewichtsverlies volgen en de eventuele problemen bespreken en behandelen.

5. Nog enkele belangrijke raadgevingen

  • Vermijd belangrijke suikerinname.
  • Houdt u aan kleine maaltijden (vermijd “overeten”!)
  • Bij problemen contacteer uw huisarts of Dr. L. Lemmens (tijdens de consultatie uren). U kunt ook steeds contact opnemen met de dienst van het ziekenhuis waar U werd gehospitaliseerd voor verdere raad.

 

BLIJF ONDER CONTROLE, OOK WANNEER U ZICH GOED VOELT !!